Wonen en Werken in Costa Rica

mijn ervaringen in het prachtige Costa Rica

Browsing Posts tagged flora

Manuel Antonio

No comments

Een paar weken geleden heb ik samen met mijn ouders het nationale park Manuel Antonio bezocht. Hoewel de meeste reisgidsen van de daken schreeuwen dat Manuel Antonie hét park is dat niet gemist mag worden viel het mij tegen, zeker omdat ik weet wat voor moois Costa Rica nog meer te bieden heeft.

Viel de hele trip naar Manuel Antonio dan tegen? Nee, absoluut niet. Laat ik beginnen met de positieve kanten van de trip naar Manuel Antonio.

Hotels

De keuze in hotels is in de omgeving van het nationale park en in het dichtstbijzijnde door Quepos overweldigend. Of je op zoek bent naar een super-de-luxe 4 sterren all inclusive resort of gewoon simpel wilt overnachten waarbij een bed en een gedeelde douche voldoende zijn, alles is te vinden. Zelf hebben we overnacht in Hotel California, een goed geprijsd hotel met adequate service, een uitstekend zwembad en kamers met uitzicht over de oceaan. Ook qua eten hoef je je geen zorgen te maken. Restaurants zijn er in overvloed en ook hiervoor gaat dezelfde vlag op: van hamburgers tot spaghetti en van een broodje gezond tot haute cuisine, alles is er te vinden.

Wit strand

Het park zelf heeft natuurlijk prachtige witte/witachtige stranden en doordat de grens van de vegetatie (net als overigens vrijwel overal in Costa Rica) doorloopt tot aan het strand geeft dit fabelachtige fotomomenten. Het water is heerlijk warm (meer dan 25c) en de stranden hebben een ‘blauwe vlag’, een markering van de overheid dat het er schoon is. Ook aan fauna is er natuurlijk geen gebrek in Manuel Antonio en men kan bijna de garantie op papier krijgen dat er een aap op de foto gezet kan worden.

Heel veel Toeristen

Helaas is het, zoals ik het artikel al begon, niet allemaal rozengeur en maneschijn in Manuel Antonio. De hoeveelheid toeristen bijvoorbeeld is enorm en dat zorgt ervoor dat het gevoel dat je in de vrije natuur bent vrij snel verdwijnt. Het komt allemaal meer en meer over als een grote openlucht dierentuin. Helemaal in vergelijking met de Osa Peninsula (waar het Nationale Park Corcovado is gevestigd en waar we letterlijk geen(!) andere toeristen zijn tegengekomen een week voor ons bezoek aan Manuel Antonio). De hotels en restaurants zijn natuurlijk uitstekend maar ook die ‘verpesten’ de sfeer voor diegenen die (semi) puur natuur willen reizen.

Hoewel er voldoende dieren te zien zijn in het park zijn deze dieren verre van wild. Een groep apen die bijna op je hoofd komt zitten of je tas met eten steelt, een rendier(achtige) die samen met een jong(!) letterlijk tussen de groepen toeristen doorloopt op zoek naar wat eten of een coati die naast je een hol staat te graven, alles is mogelijk in Manuel Antonio. Uitstekend voor je foto’s, maar het hoort niet natuurlijk.

Gids

Dan zijn er ook nog gidsen die de toeristen graag het park willen laten zien. Ze vragen tussen de $40 en $60 per persoon en hiervoor krijg je een een wandeling van zo’n 2 uur voor je kiezen. Het park is echter overspoeld door deze gidsen en hoewel ze natuurlijk een leuk en informatief verhaal ophangen zou ik het geld uitsparen en af en toe bij groepen toeristen gaan staan die een gids hebben gehuurd. Dat klinkt natuurlijk niet netjes, maar met letterlijk elke 100 meter(!) een gids die stilstaat en een verhaal doet is het goed te doen zonder al te veel op te vallen.

Het uiterlijk van het park is ook niet meer wat het geweest is. Doucheruimtes, kleedkamers, toiletten, publieke telefoons en een semi-verharde weg naar het strand zijn tegenwoordig aanwezig in het park. De mooie klim naar een uitkijkpunt is gesloten en voorzien van een bord dat verder lopen voor eigen risico is. Het enige dat nog overblijft is de wandeling over de punta catedral, iets dat gelukkig niet veel toeristen doen waardoor dit het enige stukje Manuel Antonio is waar je nog wél het idee hebt in de vrije natuur te verblijven.

Conclusie

Mijn conclusie is dat ik voor de flora en fauna niet meer terug zal gaan naar Manuel Antonio. Het strand blijft echter prachtig en is zeker de moeite waard. Omdat er echter genoeg mooie stranden dichter bij mijn huis te vinden zijn zal ik ook hiervoor niet naar Manuel Antonio terugkeren. En voor de toeristen? Als Manuel Antonio bij de rondreis zit inbegrepen: geniet er lekker van. Ben je zelf in staat je reis te bepalen en wil je wat minder toeristen en meer natuur? Reis dan lekker door, er zijn genoeg andere mooie plekken in Costa Rica.

Ondanks dat ik nu in totaal meer dan een jaar in Costa Rica woon blijft het soms onbegrijpelijk hoe gevarieerd en mooi Costa Rica is. Met een uur op normale snelheid rijden zit ik in een compleet andere wereld, een groene wereld. Vanuit de bewoonde wereld zit je zo in de natuur waarbij je meteen voelt hoe nederig je als mens eigenlijk bent.

Het nationale park (parque nacional) Carara heb ik een aantal weken geleden met mijn familie en vrienden die hier voor de trouwerij aanwezig waren bezocht. Dit artikel is het verslag van dat bezoek. Onderaan staat een kleine selectie van foto’s die op die dag gemaakt zijn. De volle hoeveelheid foto’s zal op de fotosite geplaatst worden in het thema-album genaamd ‘Carara’.

De route naar Carara

Het is ’s ochtends vroeg en de temperatuur in La Garita is aangenaam. Een uur geleden had ik nog geen idee waar ik met mijn familie en vrienden heen zou gaan deze dag maar gelukkig bood de reisgids uitkomst. Na wat geblader door de omgeving, waar ik het meeste al gezien heb, viel mijn oog op het nationale park Carara. Slechts één paragraaf in de reisgids was gewijd aan dit nationale park, maar ach, proberen kan geen kwaad toch? En dus ben ik nu in La Garita om daar de familie op te halen. Na enkele minuten staan ze allemaal klaar in tropen outfit en vertrekken we naar de kust.

De route voert ons langs mooie plaatsen waar ik ooit nog eens wil wonen. Rustige dorpjes waar de drukte en hectiek van de stad volledig aan voorbij gaat. In eerste instantie stijgen we aardig in hoogte maar al vrij snel daarna beginnen we aan de afdeling richting de kust, toch zo’n 1300 meter lager. Iedere meter die we zakken voel ik hoe het warmer wordt, een van de voordelen van het Costa Ricaanse klimaat. Onderweg zie ik jammer genoeg grote reclameborden voor resorts en andere toeristische trekpleisters. De meeste advertenties zijn voor accommodaties in Jacó, een plaats die ik iedereen wil afraden. De commercie is daar te ver doorgeschoten en als Costa Ricaan (of zelfs als Europeaan) wil je toch niet je vakantie doorbrengen in een plaats waar door gringo’s uit alle macht wordt geprobeerd Noord-Amerika na te maken?

Rio Tarcoles: de krokodillenbrug

Goed, terwijl ik inmiddels zwetend in de auto zit rijden we over de beroemde brug van de Río Tarcoles. De brug is beroemd omdat je vanaf deze brug een prachtig uitzicht hebt over de krokodillen (type: Amerikaanse Krokodil, in het Nederlands vaak spitssnuitkrokodil genoemd) die hier vaak van de zon liggen te genieten. Zonder te overleggen zet ik de auto aan de kant en vraag ik iedereen om uit te stappen waarbij ik de tip geef te genieten van de krokodillen. Gelukkig voor ons zijn ze in ruime mate aanwezig en nog actief ook. De camera klikt driftig en het resultaat is een aantal prachtige foto’s. Of de aanwezigheid van de krokodillen onder de brug nog natuurlijk te noemen is begin ik na een aantal minuten in twijfel te trekken. Een gringo gezin heeft ergens wat halve kippen gescoord en deze aan een touw gebonden. Langzaam laten ze de kippen zakken en hopen ze op een reactie van de krokodillen. De afkeurende reacties van de overige bezoekers (waaronder een aantal locals) kaatsen ze terug met de opmerking “als wij ze geen eten geven dan sleuren ze ergens anders een visser of klein meisje onder water”. Hallo suffe gringos vrienden uit Noord-Amerika! Ooit gehoord van de natuur? Een krokodil valt echt niet zomaar een mens aan, er is immers genoeg ander voedsel voorhanden in de vorm van vogels of een incidentele koe.

Na wat minuten zijn we uitgekeken op de krokodillen en vervolgen we onze rit richting Carara. Gelukkig blijkt Carara niet ver te zijn en na enkele kilometers draai ik de parkeerplaats van het ranger station op. Het ziet er leeg uit en een kaartjesverkoper is er ook niet. ¡Qué Pasó!? Wat is er aan de hand? Gelukkig wordt het al snel duidelijk als een gids op ons afstapt met de mededeling dat iedereen aan het lunchen is. Geen probleem natuurlijk want wij hebben inmiddels ook honger. In mijn beste Spaans vraag ik de route naar de dichtstbijzijnde supermarkt (stel je hier niet teveel van voor!). Het antwoord begrijp ik ook nog eens helemaal en dus vertrekken we om wat te eten te gaan halen. Na een half uur zijn we terug bij het park en beginnen we op een van de picknicktafels aan onze lunch, gadegeslagen door de gidsen.

Het begin van ons avontuur

Tijdens de lunch raak ik aan de praat met een van de gidsen. Omdat zowel Laura als ik hier vandaan komen zijn ze bereid om onze kleine groep mee te nemen het park in voor een schappelijke prijs. We moeten echter nog wel de toegang tot het park betalen á $10 voor ‘buitenlanders’ en $2 voor Laura en mij maar dat is natuurlijk geen probleem. We ruimen de lunch op, spuiten ons in met DEET en trekken de gehuurde laarzen aan (die we later écht nodig blijken te hebben).

Samen met de gidsen trekken we het park in. We zijn de enige bezoekers en de gidsen nemen ruim te tijd om voor ons naar vogels en andere beesten te sporen. Na enkele meters is het meteen raak: een Ara Macao geniet in een boom van zijn of haar lunch. Dankzij de verrekijker van de gids hebben we een prachtig zicht en de zoomlens zorgt wederom voor de nodige foto’s. Het houdt echter niet op. De gidsen verlaten de gebaande paden en sommeren ons hen te volgen en vooral niet zelf op onderzoek uit te gaan. Naast het feit dat je gemakkelijk verdwaalt, alles is immers groen, zit het regen- / nevelwoud immers vol met (giftige) beesten die je liever niet van te dicht ontmoet. De gidsen weten wat ze zoeken en al snel vinden we de volgende beesten: groene (giftige!) kikkers. De kikkers zijn ongelofelijk klein maar wel ongelofelijk giftig. Mooi om te zien!

De wandeling voert af en toe over normaal gesproken onbegaanbare wegen. Wat een geluk dat we de laarzen hebben kunnen huren want met je gympies ben je helemaal niets hier. We waden door het water, we laten onze laarzen vastzuigen in de modder en we lopen over onbekende groene massa. Dat alles in oerwoud outfit: lange broekspijpen! Het zweet komt letterlijk uit al je poriën bij 30+ graden en een hoge luchtvochtigheid maar het is wel noodzakelijk om lange kleding te dragen. Zonder lange pijpen heb je een grote kans om gebeten of gestoken te worden door slangen of zelfs stekelige planten. Om maar niet van de muggen te spreken.

Een kerkhof van vóór Columbus

Na 3,5 uur door het oerwoud banjeren, al 1,5 uur langer dan vooraf afgesproken, vertrekken we langzaam richting het begin. In de 3,5 uur hebben we een hoop prachtige beesten gezien (waaronder toekans!) en we zijn allemaal moe maar zeer voldaan. De gids kiest een route terug die wederom alleen te volgen is als je echt weet waar je bent (zie de foto). Als ik over een hoopje stenen stap wijst de gids me erop dat dit een oud kerkhof is uit de tijd van vóór Columbus, mogelijk zelfs meer dan 2000 jaar oud. De natuur wint echter altijd en dat is duidelijk te zien aan dit kerkhof. Meer dan wat stapels onsamenhangende stenen is het niet meer.

Dan ineens kijk ik verschrikt op. Een gekrijs vanjewelste komt op ons af. Gelukkig komt het geluid niet van de grond maar uit de lucht. Een blik omhoog maakt al gauw duidelijk waar het geluid vandaan komt: een groep ara’s vliegt luidruchtig over. Een prachtig gezicht dat ik niet snel ga vergeten!

Laarzen uittrekken, een avontuur op zich

Eenmaal aangekomen bij de auto beginnen we aan het volgende avontuur: het uittrekken van de laarzen. Wie regelmatig laarzen draagt zal weten dat die krengen niet gemakkelijk uitgaan. Er is flink wat kracht voor nodig om je voet los te krijgen. Tel daarbij de temperatuur en het feit dat we lichtelijk uitgeput zijn op en je kunt je voorstellen dat dit een aardige inspanning is.

We brengen de gidsen terug naar het rangerstation en vertrekken zelf richting La Garita. Onderweg begint het te regenen en het uitzicht is niets meer dan een grijze muur. Het lijkt niemand te deren. Als we aankomen in La Garita besluiten we de avond met een heerlijk diner. Een geslaagde dag!

Conclusie

Het nationale park Carara is absoluut een aanrader als je in de buurt bent. Vanuit de gehele centrale vallei is het park goed bereikbaar. Voor de beste ervaring huur je bij het ranger station een gids. Wij vonden het het geld dubbel en dwars waard. Zorg ervoor dat je voldoende drinkwater bij je hebt en dat je voorzien bent van insectenwerende middelen.

Foto’s

De amerikaanse krokodil dus Ara Macao vogel Een veel voorkomende Iguana

Lopen door de blubber @ Carara Door de jungle

Costa Rica staat bekend om zijn flora en fauna. Op een oppervlakte van slechts 0,03% van het aardoppervlak kun je meer dan 500.000 verschillende soorten dieren vinden, bijna 4% van het geschatte aantal verschillende dieren wereldwijd.

Uiteraard betekend leven in een land met zoveel beesten ook dat je moet leren leven mét deze beesten. Een mooi voorbeeld zijn mijn schoenen. Regelmatig laat ik mijn schoenen, zonder duidelijke reden eigenlijk, gewoon ’s nachts lekker buiten staan. De volgende ochtend moet ik wel mijn schoenen controleren op beesten en soms tref ik ook een beest aan in mijn schoen. Meestal onschuldig gelukkig :).

De afgelopen week hadden Laura en ik echter een minder leuke ervaring met een salamander soort. Deze salamanders, die er uitzien als kleine iguana’s, leven hier volop en zijn uitermate nuttig in het vangen van insecten. Soms maken ze wat lawaai (serieus!) maar verder doen ze geen vlieg kwaad (wel muggen).

Een van deze salamanders vond het blijkbaar nodig om ín de slaapkamer te komen en daar precies op het punt waar de deur scharniert te gaan zitten. Omdat je natuurlijk nooit zoiets controleert hadden wij het beest nooit gezien. Bij het sluiten van de deur, met enige vaart, viel er ineens een salamander ‘uit de lucht’. Eentje zonder poot nog wel! Na onderzoek bleek dit beest dus door ons van zijn poot ontdaan ze zijn nadat wij de deur sloten. Helaas is een dode salamander nou niet echt fris en helemaal niet als deze ook nog eens een half geplette poot in een scharnier achter laat :/.

Normaal gesproken komen deze salamanders nooit de slaapkamer in en het is dus vreemd dat dit exemplaar het wel deed. Ook hier vonden we echter snel het antwoord op: het beest had een ei gelegd! Naast een dode salamander hadden we dus ook nog een ei op te ruimen. Yegh! Dergelijke eieren zijn niet hard maar een beetje flexibel en dat voelt gewoon niet goed. Uiteindelijk is het ei (sorry salamanderbaby!) in de vuilnisbak terechtgekomen.

Tot zover dit artikel. Voor de bezoekers van de fotosite: de thema albums zijn zo goed als klaar om online gezet te worden. Hou de site dus de komende dagen goed in de gaten :).