Tijd: 09.28
Lokatie: tussen de brug over de Rio Tarcoles en Jaco, Costa Rica

Met een vaartje dat rond de 90 KM/h ligt ben ik samen met mijn ouders op weg naar Manuel Antonio. Vlak na het passeren van de brug over de Río Tarcoles duikt er ineens een trafico, een agent van de verkeerspolitie, op die mij richting de kant van de weg stuurt. Het is duidelijk: ik ben staande gehouden. Waarvoor is me dan nog een raadsel, al heb ik het vermoeden dat het door de snelheid komt, die lag immers 10 KM/h hoger dan de maximale snelheid van 80 KM/h. De agent nadert mijn raampje, dat vanwege de warmte toch al helemaal naar beneden is, en stelt zich voor. “U reed te hard meneer”. En wie ben ik om dat te ontkennen?

“Inderdaad meneer agent, ik reed ongeveer 10 kilometer boven te toegestane snelheid”.
“U reed 87 kilometer”.
“Dat kan kloppen”, ontkennen heeft geen zin en de boetes zijn zo laag dat het de moeite niet eens waard is.
“Weet u dat de maximale snelheid hier 60 kilometer per uur is? Dat is een boete van bijna 20.000 colones”.
“Nee meneer agent, naar mijn idee is de maximale snelheid hier 80 kilometer per uur”.
“Rijbewijs graag”.

Ik overhandig de agent mijn Costa Ricaanse rijbewijs en wacht vol spanning af. Hij fronst wat, blijkbaar verwachtte hij niet een Costa Ricaans rijbewijs aan te treffen in een auto met 3 Nederlanders. Om zeker van zijn zaak te zijn vraagt hij ook mijn cedula, mijn identiteitsbewijs in Costa Rica.

“De maximale snelheid is hier 60 kilometer per uur, en een stuk hiervoor zelfs 40. U moet deze boete betalen”.
“OK, ik blijf bij mijn mening dat het hier 80 is, maar schrijf dan die boete maar uit zodat ik die bij de bank kan betalen”.
“Hmmm, als de maximale snelheid hier 80 KM/h was geweest dan reed u nog steeds te snel. De boete zou dan 10.000 colones zijn”.
“Ook prima, geef me die boete dan maar dan betaal ik die later bij de bank”.

Inmiddels begin ik te beseffen dat de agent geen boete uit wil schrijven. Een officiële boete kan hij immers niet in zijn zak steken. Ineens begint de agent over hele andere zaken te praten. Misschien beseft hij dat ik weet hoe het in Costa Rica werkt en dat híj in de problemen komt als ik hem rapporteer.

“Wie zijn dat bij u in de auto?”
“Mijn ouders, toeristen uit Nederland”
“Waar gaan jullie naartoe?”
“Manuel Antonio meneer”
“Waar en waarom woon je precies in Costa Rica?”
“San Rafael de Alajuela. En ik woon hier omdat ik met een tica getrouwd ben. Zij werkt in San José bij een advocatenkantoor”.

De agent besluit dat hij geen verder risico wil nemen, misschien was de opmerking over het advocatenkantoor voldoende, en laat ons gaan.

“Volgende keer beter oppassen. U reed overduidelijk te hard”.
“OK, ik zal mijn snelheid aanpassen”.
“Prettige dag verder”.

Helaas zullen de meeste toeristen door een dergelijke agent dusdanig geïmponeerd raken dat ze met plezier de boete betalen. Het is triest maar waar dat er in Costa Rica, ondanks pogingen van de overheid om het de kop in te drukken, nog steeds corrupte agenten op straat te vinden zijn. Gelukkig is het de agent deze keer niet gelukt om wat geld in zijn zak te steken.