Met de bus naar Santa Cruz
Afgelopen zaterdag ben ik naar Santa Cruz (in de province Guanacaste) geweest samen met Laura en haar moeder. Het doel van deze reis was een bezoek aan de oma van Laura wegens moederdag. In plaats van met de auto vonden we het echter interessant om eens te kijken hoe deze reis per bus zou verlopen. Is het inderdaad voordeliger? Is de reistijd langer of korter? Hoe is het comfort van deze lange afstandsbussen? Allemaal vragen waar ik inmiddels een antwoord op heb.
Een van de belangrijkste ingrediënten voor een busreis is natuurlijk het vervoersbewijs. Omdat het hier een busdienst voor langere afstand betrof konden we deze niet in de bus zelf aanschaffen, zoals bij een stadsbus, maar moesten we van te voren bij het kantoor van de maatschappij de bewijzen halen. Normaal gesproken zou dat op de dag van vertrek kunnen maar dankzij moederdag was het zo druk dat men ons aanraadde om eerder de vervoersbewijzen te kopen. Gelukkig kon de mensajero van het werk dit regelen. Een dag voor vertrek hadden wij dus al mooi toegangsbewijzen met gereserveerde zitplaatsen.
Hoog risico op diefstal
Opvallend aan het vervoersbewijs vond ik de tekst “alto riesgo de robo”, oftewel: hoog risico op diefstal. Of men ten aller tijde de eigen bagage goed in het ook wilde houden. Van Laura begreep ik inmiddels dat het niet ongewoon is dat iemand de buschauffeur vraagt ergens te stoppen waarna de dief een willekeurige tas weggrist en de bus uit springt. Of, als je naast een vreemde zit, iemand opent je tas voorzichtig wanneer je slaapt en haalt er wat spullen uit. Dat beloofde dus wat voor de rit.
Na om 04.00 opgestaan te zijn kwamen we op tijd, ruim een half uur voor vertrek, aan in de terminal waar de bus zou vertrekken. De terminal, geleden nabij het beruchte ‘Coca Cola’ busstation, had wel wat weg van een vliegveld. Een vliegveld uit een derde wereld land… Overal stonden bankjes waar men plaats kon nemen. Een slaperige oude man zat onder een bord met de tekst ‘ik pas op uw bagage’. Gelukkig hadden wij enkel een rugzak mee en dus geen noodzaak om onze bagage bij deze oude baas achter te laten. Verder bezat de terminal, die overigens een likje verf zeker kon gebruiken, wat speelautomaten, een kiosk voor versnaperingen, een uitermate smerig toilet waar voor betaald moest worden en natuurlijk de balie voor de verkoop van vervoersbewijzen. Dat de terminal in een gevaarlijke buurt lag was wel duidelijk: alles werd omgeven door dik hekwerk.
Volgens een werknemer van de busmaatschappij zou onze bus vertrekken vanaf ‘terminal 1′. Er bleken inderdaad nog 2 andere ‘terminals’ te zijn, tenminste, er waren in totaal 3 deuren met het woord ‘terminal’ erop geschilderd. Alle drie de deuren kwamen uit in de garage van het vervoersbedrijf waar de bussen stonden geparkeerd.
Na de controle van onze vervoersbewijzen mochten we de bus instappen. De bus was een aangename verrassing! In tegenstelling tot de oude en versleten stadsbussen (waarvan soms de deur niet eens kan sluiten) in San José zaten we in een relatief nieuwe Mercedes bus. De stoelen waren netjes bekleed en nergens was afval of graffiti te vinden. Op de achtergrond speelde zacht wat cumbia muziek. Ondanks mijn voor Costa Ricaanse begrippen reuzenlengte van 1 meter 85 kon ik zonder problemen in de stoel zitten.
Eenmaal na vertrek (op tijd!) bleek al gauw dat een directe busverbinding iets anders is dan dat het woord doet vermoeden. Al snel nadat we San José hadden verlaten stopte de bus midden op de snelweg waar blijkbaar had iemand zijn hand opgestoken. Uiteraard mocht deze persoon, na een contante betaling aan de chauffeur, ook mee. Dit gebeurde niet eenmaal maar ging net zolang door tot de bus propvol zat. In Nederland is het volgens mij niet toegestaan om mensen in dergelijke bussen staand te vervoeren, in Costa Rica is het geen probleem. Van voor tot achter zat de bus vol.
De route naar Santa Cruz voerde ons eerst dwars door de bergketen richting het vlakke land van de kust. Het probleem met deze route is dat de ’snelweg’ uit niet meer dan 1 baan bestaat. Van deze baan maken niet alleen auto’s gebruik maar ook bussen een zwaar beladen vrachtwagens. Met een eigen auto kun je af en toe nog iets passeren, helaas met een bus dus niet. Uiteindelijk duurde de rit naar de kust al langer dan normaal met de auto.
Na een ruime 2 uur rijden besloot de chauffeur dat het tijd was voor een rustpauze. In Esparza werd de bus bij een restaurant geparkeerd en kregen we te horen dat we 15 minuten hadden om onszelf te vermaken, of om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan. Bij het uitstappen van de bus was het meteen duidelijk dat we de bergen inmiddels uit waren: de temperatuur was heerlijk warm (met zo’n 26 graden om 8 uur in de ochtend), volgens sommigen te warm. De airco in de bus stond echter redelijk koud afgesteld zodat het voor mij heerlijk was om weer even buiten te zijn en warm te worden.
Precies een kwartier later, de chauffeur bleek wat dat betreft uniek, mochten we de bus weer in. Onze gereserveerde plek bleek inderdaad niet ingenomen door iemand die later is ingestapt en dat viel dan weer 100% mee. De rest van de route naar Santa Cruz verliep zonder noemenswaardige zaken, of dat komt doordat ik de rest van de route slapend heb doorgebracht.
Na ruim 4,5 uur kwamen we dan eindelijk aan in Santa Cruz. Deze plaats ligt in de droogste en warmste provincie van Costa Rica en dat was goed te merken bij het uitstappen van de bus. De hitte sloeg direct om ons heen en we hadden het instant warm. Gelukkig waren we hierop voorbereid en dus konden we na een snelle switch van kleding er weer tegenaan. Aan het begin van de middag bleek de temperatuur volgens mijn thermometer reeds 34 graden in de schaduw te zijn. De gevoelstemperatuur lag echter een paar graden hoger. Heerlijk!
Omdat de reis nu eenmaal lang duurt moesten we al vroeg weer terug naar de busterminal in Santa Cruz. Gelukkig, deze bus bleek ook vol te zitten, hadden we ook voor de terugreis de vervoersbewijzen reeds weten regelen. Retourtjes kennen ze hier niet en dus moet je voor iedere rit opnieuw een ticket hebben. De bus bleek echter een drama. Geen mooie Mercedes maar een Daewoo bus deze keer waarbij de stoelen zo dicht op elkaar stonden dat ik er niet tussen paste :/.
Het eerste gedeelte van de reis terug verliep lang niet zo prettig als de heenreis. De chauffeur had niet al te veel haast, de airco stond te koud en mijn knieën zaten constant tegen de stoel voor me gedrukt, maar we gingen in ieder geval vooruit. Na wederom een rustpauze in Esparza konden we ons opmaken voor het laatste stuk: de bergen door. Langzaam begon het echter ook te regenen en dat zouden we later merken.
Trage chauffeurs in de regen konden mij in Nederland altijd enorm doen opwinden. Waarom rijden mensen niet gewoon door zoals ze altijd doen? In Costa Rica kún je echter niet gewoon doorrijden als het regent. De route door de bergen bestond nog steeds uit 1 baan en tot tweemaal toe stonden we in een file doordat er een ongeluk gebeurt was. Eenmaal een vrachtwagen op zijn kop en eenmaal een personenwagen frontaal tegen iemand anders.
Na bijna 6 uur kwamen we weer aan in San José waar we gelukkig al gauw werden opgehaald door familie. Gebroken dankzij de lange busreis maar toch tevreden omdat we de oma van Laura een leuke dag hebben bezorgd.
Conclusie
De busreis heen is me erg meegevallen, de busreis terug viel erg tegen. Een ticket met de bus is niet door (3500 colones, 4,30 euro, voor een enkele reis) maar toch verkies ik volgende keer de eigen auto. Dat is comfortabel en je bent een stuk flexibeler. Een voordeel van de bus zou moeten zijn dat je niet zo uitgeput bent als na een flink stuk autorijden maar na zo opgevouwen in een bus gezeten te hebben betwijfel ik of ik vermoeider uit een auto had kunnen stappen.
Post a comment